Uitvoering van individuele hulp
1. Hulpverlening door de SVL zal zich eerst concentreren op mogelijkheden van behandeling en verlichting van het lijden, waardoor het leven toch nog leefbaar kan zijn. Hulp bij sterven wordt pas verleend als er een consistente doodswens is, waarbij geen andere voor de hulpvrager acceptabele mogelijkheden resten.
2. De hulpverlener van de SVL zal er vervolgens allereerst naar streven om door bemiddeling alsnog de stervenshulp te doen uitvoeren door de behandelend arts.
3. De hulpverlener, zijnde een met de SVL samenwerkende arts, zal, als de behandelend arts de stervenshulp niet kan of wil uitvoeren, ook al wordt voldaan aan de wettelijke vereisten van uitzichtloosheid en ondraaglijkheid van het lijden, zelf stervenshulp kunnen verlenen binnen de kaders van de in Nederland geldende wetgeving.
4. Directe familie of naasten worden uiteraard betrokken en begeleid bij het stervensproces.
5. Uitgangspunt voor de feitelijke stervenshulp is dat de lijdende mens waar mogelijk zelf de vereiste handelingen verricht die tot de dood zullen leiden. Concreet betekent dit dat palliatieve sedatie onder begeleiding van de eigen behandelend arts of het zelf innemen van de benodigde dodelijke medicatie, zo nodig onder begeleiding van de arts via de SVL (hulp bij zelfdoding) altijd de voorkeur heeft. Alleen in gevallen dat dit absoluut niet anders kan, bijvoorbeeld om medische redenen, zal een met de SVL samenwerkende arts via een injectie een euthananicum toedienen (euthanasie).



