Er zijn te weinig artsen beschikbaar tot wie mensen zich kunnen wenden als zij kiezen voor een vrijwillig levenseinde – in de vorm van euthanasie of zelfdoding –, en hun eigen arts weigert medewerking. Ook als aan de wettelijke vereisten is voldaan komt het nog te vaak voor dat de eigen arts niet wil meewerken, vanwege gewetensbezwaar of door onnodig de ondraaglijkheid van het lijden te betwisten. Dat stelt de Stichting Vrijwillig Leven (SVL), die vandaag in een opmerkelijke advertentie in het artsenblad Medisch Contact artsen oproept zich bij haar te melden.
De SVL begeleidt mensen die een doodswens hebben, maar daarvoor niet bij hun eigen arts terecht kunnen. „In eerste instantie proberen we via coaching de hulpvrager terug te brengen naar de behandelend arts. Maar als het niet anders kan, zoeken we een andere arts. Die moet ook de relatie leggen tussen de hulpvrager en de familie. Want we betrekken altijd de familie erbij en we proberen de hulp altijd in de thuissituatie te regelen”, legt Jannes Koetsier (1948) uit.
Koetsier is zelf arts en volgde in december 2010 Gerard Schellekens op als voorzitter van Stichting Vrijwillig Leven. Hij is een van drie ondertekenaars van de advertentie in Medisch Contact. De andere twee zijn oud-huisarts Kees Lugtmeier en longarts Louis Greefhorst. Zij zijn de drie artsen op wie de stichting een beroep kan doen als er een hulpvraag binnenkomt.
En dat is eigenlijk te weinig, zegt Koetsier. „Het is in de praktijk lastig omdat de reisafstanden te groot worden. Het liefst zouden we in de regio’s noord, oost, west en zuid één of twee artsen hebben zitten op wie we een beroep kunnen doen.”
Er is nog een reden waarom de SVL ervaren, bijvoorbeeld gepensioneerde artsen bij haar werkzaamheden wil betrekken. Het valt artsen over het algemeen zwaar om euthanasie uit te voeren of hulp bij zelfdoding te verlenen. „Als je met meer artsen bent, hoef je het ook niet te vaak mee te maken”, legt Koetsier uit.
Hij denkt ook dat als er meer artsen bij de hulpverlening door SVL betrokken worden, sommige hulpvragen beter begeleid kunnen worden. „Het lukt onze hulpverleners niet altijd om toegang te krijgen tot de behandelend arts. Als het echt een lastige situatie is, helpt het vaak dat een arts zegt dat er wel degelijk sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.”
De stichting legt er in de advertentie de nadruk op dat „niet buiten de wettelijke regelgeving wordt gewerkt”. „We willen niet opnieuw in conflict komen met justitie”, merkt Koetsier op. Hij refereert aan de veroordeling van oud-voorzitter Schellekens wegens hulp bij zelfdoding. Het hoger beroep in deze zaak moet nog dienen.
„We kunnen mensen alleen helpen bij uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Maar de eisen van de euthanasiewet laten wel heel veel ruimte. Er hoeft bijvoorbeeld niet altijd sprake te zijn van een medische ziekte”, weet Koetsier. Van dat laatste is lang niet elke arts op de hoogte, is zijn ervaring.
Het is een aspect waar ook de artsenfederatie KNMG voortdurend op hamert. De euthanasiewet biedt meer ruimte voor ouderen met een stervenswens, dan veelal wordt gedacht. Bijvoorbeeld bij een opeenstapeling van ouderdomskwalen, die afzonderlijk niet levensbedreigend of fataal zijn. Het begrip lijden is breder dan de meesten, ook artsen, vaak denken, stelt de KNMG.
Bron Trouw 18 maart 2011, door Sytske van Aalsum.



